Mijn gitaarhoes laat ik tactisch buiten het lokaal staan. Zo'n gitaar op je rug maakt je inderdaad wel heel erg groot
Ik houd afstand, kijk stiekum uit mijn ooghoeken en ga ergens op de grond zitten met mijn gitaar. Zachtjes begin ik te zingen:"olifantje in het bos, laat je mama toch niet los." De aanvoerder van het huilkoor zit intussen veilig bij juffie op schoot na te snikken, en de anderen staken hun huilbui; de mond nog half open en de laatste tranen druppelen na, van de wangen af.
Dát liedje kennen ze ! Het is het lijflied van de baby, de dreumes, en de peuter. Iedereen moet vandaag zijn mama even loslaten, want we zijn op het kinderdagverblijf.
Gelukkig raken we de weg niet kwijt, want juffie zorgt voor ons. En daarom zingen we, en kunnen we weer lachen, en mogen we spelen met onbekende dingen die ook heel leuk zijn.
Olifantje in het bos, laat je mama toch niet los. Anders raak je de weg nog kwijt, en dan krijg je later spijt.
Christien de Kam 18-06-2011